6250

Kunstenaar Bart Reindersma: ‘Iedereen die hier kwam wonen had wel een idee om de stad leuker, beter of mooier te maken’

Bart Reindersma, geboren in 1953 in Amsterdam, behoorde tot de eerste inwoners van Almere. “Om precies te zijn, was ik inwoner nummer 1.865”, vertelt hij. “Dat was op 1 november 1978.”

Destijds was Bart nog hovenier, nadat hij eerder al tot de conclusie was gekomen dat een kantoorbaan niets voor hem was. Tijdens de opleiding tot vakbekwaam hovenier kwam hij erachter hoe goed hij kon tekenen.

“Dat wist ik helemaal niet, maar ik vond het wel leuk. Daarom ben ik op zoek gegaan naar iemand die mij tekenles kon geven. Zo kwam ik terecht bij kunstenaar Cees Langendorff, die in zijn atelier een ets-pers had staan. Daar wilde ik meer van weten. Cees heeft mij toen geleerd om etsen te maken en vanaf dat moment was ik verkocht.”

Wat is etsen?

“Etsen is een ambachtelijke techniek. Een plaat, meestal van zink of koper, wordt eerst zo glad mogelijk gepolijst. Vervolgens breng je een waslaag aan waarop je met een dunne naald een tekening maakt. De lijnen die je maakt, doorbreken de waslaag.

Als je de plaat daarna in een badje met zuur doet, dan worden deze lijnen weggeëtst. Voor de afdruk wrijf je de weggeëtste groeven in met inkt. Met de ets-pers druk je de tekening ten slotte op papier.”

Ets van Almere-Haven in 1979.

Wanneer besloot je om van je hobby je werk te maken?

“Vlak nadat ik in Almere kwam wonen. In die tijd ging ik op woensdagavond altijd zwemmen met een aantal collega’s. Totdat ik op een avond ongelukkig terechtkwam en vanaf mijn nek verlamd raakte.

Gelukkig kreeg ik op een gegeven moment weer gevoel in mijn linkervoet. Dat gaf hoop. Toen sprak ik met mezelf af: ‘als het goed komt, dan volg ik mijn hart’. Na een half jaar revalideren heb ik de daad bij het woord gevoegd. Ik zegde mijn baan op en werd fulltime kunstenaar.”

Waaraan kunnen we jouw kunstwerken herkennen?

“Mijn werken zijn heel gedetailleerd. Ook kun je mijn stijl herkennen aan fluweelachtige tonen met verschillende schakeringen grijstinten.”

Behalve etsen maakt Bart heliogravures. Daarover vertelt hij: “Bij een heliogravure maak je eerst een dia van de tekening. Dit is een kleine positief ontwikkelde foto op transparant materiaal, bedoeld voor projectie. Van deze dia maak ik vervolgens een ets.”

Deze techniek, die in de 19de eeuw is uitgevonden, was in feite de voorloper van de moderne fotografie. Bart: “Ik heb de heliogravure doorontwikkeld en gemoderniseerd. Inmiddels ben ik de enige die deze unieke kunstvorm beheerst.”

Welke bijzondere projecten heb je gedaan?

“Ik neem je mee naar 1990. Er is een open inschrijving voor de affiche voor de triatlon in Almere. Dick van den Berg is betrokken bij de organisatie en woont bij mij om de hoek. Hij moedigt me aan een ontwerp te maken.

Ik zit echter midden in een scheiding, dus mijn hoofd staat er niet naar. Op de avond van de deadline bel ik om te vertellen dat het niet is gelukt. Maar Dick geeft niet op. Een paar uur later belt hij terug dat de deadline een week is opgeschoven. Vlak voordat ook deze deadline verstrijkt, krijg ik een ingeving en zet snel wat lijnen en letters op papier.

Het is het meest aparte ontwerp dat ze ooit hebben gehad. De organisatie wil het daarom graag bewaren voor een jaar later als de Europese kampioenschappen in Almere zijn. Zo heb ik de affiche mogen ontwerpen voor het EK triatlon lange afstand in 1991.

Ook heb ik voor de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) een aantal heliogravures mogen maken. Dit waren geschenken aan de nabestaanden van gulle gevers, dankzij wie de KNRM nieuwe reddingboten kon bouwen. Ik heb onder andere heliogravures gemaakt van de boten de Anna Margaretha en de Janine Parqui.

Daarnaast heb ik jarenlang gewerkt voor diverse musea over de hele wereld, waaronder het Rijksmuseum en Museum Rembrandthuis. Voor die musea maakte ik reproducties van Rembrandt die niet van echt te onderscheiden waren. Deze verkochten ze in de museumwinkel.”

Heliogravure van een paardenreddingsboot op Ameland.

In jouw werk staat de zeevaart vaak centraal. Waar komt die interesse vandaan?

“Toen ik 6 jaar oud was, kochten mijn ouders een sloep. In de zomer gingen we elk weekend het IJsselmeer op. Daar zag ik klippers, botters, bonzen, aken, noem ze maar op. Prachtig vond ik dat.

Hoe meer ik mij erin verdiepte, hoe meer ik me realiseerde dat dit zeilschepen waren uit vervlogen tijden. Uit een tijd dat het IJsselmeer nog een echte zee was en deze schepen bij nacht en ontij moesten uitvaren.

De verhalen over de vroegere Zuiderzee spraken tot de verbeelding. Bijvoorbeeld het verhaal over de Durgerdammer visser Klaas Bording die met zijn zoons 14 dagen op een ijsschots ronddreef zonder dat iemand ze opmerkte. Zo zijn er nog veel meer verhalen en mythen over de Zuiderzee die ik heb verzameld.”

Wanneer ben je die verhalen gaan delen?

“Begin deze eeuw stond ik met mijn etsen en tekeningen op een maritiem festival in Bretagne. Daar ontstond het idee voor een verteltheater. Mijn eerste onderwerp? De Vliegende Hollander, compleet met tekeningen, filmbeelden en muziek.

Daar had ik zo’n succes mee, dat ik in Nederland ben doorgegaan met het verteltheater. Naast de legende van de Vliegende Hollander ging ik andere sagen, mythen en historische verhalen vertellen, zoals de Zeemeermin van Muiden en het verhaal van Schokland.

Voor het verhaal van Schokland heb ik onderzoek gedaan naar hoe het eiland er vóór de ontruiming in 1859 uit had gezien. Daarvan bestaan namelijk geen afbeeldingen. Aan de hand van beschrijvingen in archieven, kadastrale kaarten en intensief speurwerk heb ik het eiland met tekeningen een gezicht kunnen geven.

Al deze verhalen, tekeningen en onderzoekswerk hebben uiteindelijk geresulteerd in mijn boek: De Zuiderzee.

Later heb ik ook nog samen met oud songfestivaldeelnemer Michelle Courtens het Zuiderzee diner gemaakt. Dit was een avondvullend programma met eten, muziek en verhalen over de Zuiderzee.”

Het verteltheater.

Je geeft ook les op scholen. Hoe is dat zo gekomen?

“Tussen 2000 en 2005 had ik een galerie annex werkplaats aan de Kerkgracht in Almere-Haven, bij Kunst aan de Gracht. Daar kwam ik in contact met Jet Hellenthal van wat toen nog ‘Kunst en Vliegwerk’ heette. Tegenwoordig is dit Collage Almere, het Centrum voor cultuuronderwijs in Almere. Zij vroeg of ik les wilde geven.

Ik heb helemaal geen pedagogische achtergrond, dus ik had geen idee of dat iets voor mij was. Uiteindelijk heeft zij me over de streep getrokken.

Gaandeweg hebben we een aantal lesprogramma’s samengesteld die zijn gericht op de creativiteitsontwikkeling van leerlingen. Ik denk dat ik ondertussen wel aan zo’n 25.000 kinderen in het basisonderwijs heb geleerd hoe ze etsen kunnen maken.”

De galerie aan de Kerkgracht.

Hoe kijk je naar de ontwikkeling van Almere?

“Vanaf het allereerste begin heb ik Almere zien groeien. Eerst als hovenier en later als kunstenaar. Het is een stad van mogelijkheden. Er zijn in de loop der tijd heel wat initiatieven geweest van bewoners en ondernemers. Iedereen die hier kwam wonen had wel een idee om de stad leuker, beter of mooier te maken. We waren een groepje pioniers in de polder.

Zo heb ik als onderdeel daarvan met een aantal mensen in 1984 de schaatsvereniging ASV opgericht. Dit jaar vieren we ons 40-jarig jubileum, dat we feestelijk aftrappen op 21 april.

Die pioniersgeest is er nog steeds. De gemeente erkent dat je een stad vormgeeft samen met de mensen die er wonen en werken. Er is ruimte om te experimenteren en innoveren. Ik ben dankbaar dat ik daar deel van mag uitmaken.”

Foto’s: eigen archief Bart Reindersma.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dit vind je misschien ook interessant