1.1K0
Almere

Redouane (29) vertrekt ‘bang’ uit Almere door einde opvang derdelanders

Redouane (29) uit Marokko wilde altijd al studeren in Oekraïne. Na lang werken werd zijn droom werkelijkheid, en reisde hij af naar Charkiv. Zijn droombeeld viel in duigen toen Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel, waarna Redouane in Almere terecht kwam. Maar na het wegvluchten van de oorlog, moet hij nu ook hier weg: op 4 maart eindigt namelijk het recht op verblijf voor de zogeheten derdelanders, waar Redouane onder valt.

“Ik heb heel lang gedacht: dit moet een grap zijn. Maar inmiddels dringt door dat dit serieus is”, vertelt Redouane in het Engels. Vorige maand kreeg hij, samen met zo’n 2750 andere derdelanders, te horen dat hij geen recht meer heeft op verblijf in Nederland.

Derdelanders zijn mensen die in Oekraïne een tijdelijke verblijfsvergunning hadden en naar Nederland zijn gevlucht voor de oorlog. Ze werkten of studeerden voor die tijd in Oekraïne.

Oorlog

Redouane groeit op in Agadir, een stad aan de kust van Marokko. “Mijn ouders hebben altijd hard gewerkt en legden hun geld opzij voor mijn studie in Oekraïne”, vertelt hij. Hij was 25 toen hij in Charkiv begon aan de master ‘Scheikundige Technologie.’ Voor die tijd studeerde hij er een jaar lang Russisch om de master te kunnen volgen en te kunnen meedraaien in de stad. Toen hij na drie jaar zijn diploma haalde, brak de oorlog uit.

Net als veel Oekraïners, vluchtte Redouane het land uit. Eerst naar Polen, toen naar Italië. Toen hij van een collega hoorde dat Nederland vluchtelingen met open armen ontving, aarzelde hij geen moment en reisde hij deze kant op.

In Almere

Het kantoorgebouw Alnovum, naast station Almere Centrum, was de afgelopen twee jaar zijn thuis. Het Leger des Heils vangt de gevluchte mensen op. “Het was zo fijn om in Almere te wonen, de afgelopen twee jaar waren zo goed voor mij.” Hij vertelt hoe hij een baan heeft gevonden en vrienden heeft gemaakt. “Alles was goed, tot deze laatste beslissing.”

Redouane kan in theorie teruggaan naar Marokko, maar dat klinkt volgens een hulpverlener van het Leger des Heils makkelijker dan het is. Hij deelt niet alleen bijna dezelfde voornaam, maar ook dezelfde culturele achtergrond als Redouane. Dagelijks voeren de twee gesprekken over de treurige situatie. Ze voelen beide dat ze een sterke band met elkaar hebben opgebouwd.

“Waar het op neerkomt, is dat hij alles kwijt is.”

– Hulpverlener Leger des Heils

“Zijn diploma ligt nog op de universiteit in Oekraïne. Als hij naar Marokko gaat, is de kans klein dat hij daar nog een diploma haalt. Maar naar Oekraïne gaan heeft ook geen zin”, zegt de hulpverlener. “De Oekraïense overheid heeft besloten dat hij als derdelander ook niet mag terugkeren. En ze hebben in Oekraïne geen DigiD waarmee hij zijn diploma even kan downloaden. Waar het op neerkomt, is dat hij alles kwijt is.”

‘Onbeschrijfelijke schaamte’

En dat ligt volgens de twee bevriend geraakte mannen gevoelig in de Marokkaanse cultuur. “Je kunt in onze cultuur niet terugkomen met lege handen”, zegt de hulpverlener. “Die schaamte is onbeschrijfelijk. Dat is soms nog erger dan het kwijtraken van alles. Je ouders verliezen alle respect voor je.”

“Niet alleen je ouders”, vult Redouane aan, “Je wordt door iedereen gezien als een mislukkeling. Ze zullen denken dat ik mijn best niet heb gedaan.” Redouane heeft zijn ouders niet meer gesproken sinds de beslissing van de Raad van State. “Ik kan het ze niet vertellen. Mijn moeder…” Hij schudt zijn hoofd. “Nee, dat kan ik echt niet.”

Wegbonjouren

Waar hij dan wel naartoe kan, weet hij niet. “Natuurlijk ben ik bang. Ik ben twee jaar van mijn leven verloren hier in Nederland. Ik wil niet weggaan met niks.” Redouane zou het liefste uitstel willen, zodat hij hier nog een tijd kan blijven. Hij wil dezelfde rechten als andere Oekraïners. “Ik kom ook uit Oekraïne. Ik heb er lang gewoond. Het voelt oneerlijk.”

Dat is het moeilijkste aan dit verhaal, vindt de hulpverlener. “De beslissing kan niet meer worden teruggedraaid. Ik werk hier al sinds dag één.” Het gaat hem niet in de koude kleren zitten. “Ik zie deze jongens vaker dan mijn eigen vrouw. Zondag moet ik ze wegbonjouren. Ik wil dat niet doen.” Hij vervolgt: “Wij zijn van het Leger des Heils. Wij zijn er om mensen op te vangen, niet om mensen op straat te gooien.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dit vind je misschien ook interessant