Almeerse boswachter: Tien dingen die je moet weten over de spin

Het is bijna oktober en dat betekent veel spinnen. Daar is niet iedereen blij mee. Maar wat weten we eigenlijk over deze beesten? Almeerse boswachter Daan vertelt ons tien dingen die je echt moet weten over de spin.

1. Elke drie meter dat je een stap zet, zit er een spin. Maar meestal zie je ze niet, de spin zit het liefst verstopt en willen ze niet gestoord worden.

2. In het voorjaar komen de eitjes uit en in de herfst worden de spinnen volwassen. Daarom zie je altijd veel meer spinnen te zien in de herfst.

3. Gooi je spinnen naar buiten dan komen ze zo weer terug. Maar doodmaken is zonde en zielig. Spinnen zijn hartstikke nuttig ondanks dat mensen er vaak heel bang voor zijn. Ze eten namelijk wel die vervelende muggen op.

4. Een spin is ongeveer een uur bezig met het maken van een web. De rest van de dag is de spin bezig met het herstellen van de kapotte stukken.

5. Spinnen hebben geen oren maar kunnen toch goed luisteren. Doormiddel van de haartjes op hun poten vangen ze geluidstrillingen op.

6. Spinnen zijn officieel geen insecten., maar geleedpotigen. Ze hebben namelijk acht poten, insecten maar zes.

7. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten soldaten bepaalde spinnenwebben in hun meetapparatuur.

8. De grootste spin van Nederland is de huisspin. Hun lichaam is tussen de tien en zestien millimeter.

9. In sommige gevallen eet de vrouwtjesspin het mannetje op. Dat gebeurt voor, na of tijdens het paren.

10. Er zijn zo’n veertigduizend tot vijftigduizend verschillende spinnensoorten over de hele wereld. In totaal leven er zo’n duizend spinnen in een huis.